Armen- en Avondmaalspenningen (beschrijving)
 van de Waaslse- & Lutherse-Gemeenten in Nederland
(tenzij anders vermeld)

Armenloodjes

 

Amsterdam
Enkelzijdig, Luthers Wees Huis gegraveerd.
Ingestempeld met een kleine letter " S "
Lood 34 mm
Harry Donga & Carel van den Berg # 33

 

Amsterdam
Enkelzijdig.
Omschrift: Luthersche Diaconie Huys.
In het midden een grote D
Lood 34 mm
D&B 42

  Rotterdam
Opschrift: "VAN / DE LVYTERSE / DIACONY / BINNEN / ROTTERDAM / 1741"
Met klop "20", 36 mm
Collectie Historisch Museum Rotterdam, inv.nr. 56720

Rotterdam
Voorzijde: Van / de Luyterse Diacony / Binnen / Rotterdam / 1741
Keerzijde met de tekst: "voor de weekdagen" of "voor kerkdagen", hierboven een zwaantje tussen twee krullen.
Lood, 25 mm
D&B 55


Avondmaalsloodjes

Amsterdam

Het door de Lutherse gemeente van Amsterdam gebruikte avondmaalsloodje (nachtloodje) is vermoedelijk als "model" gebruikt voor de loodjes van de andere Lutherse gemeenten.
Volgens beschrijving van Schultz Jacobi bestond de ene zijde uit een rijksstaf en een lauliertak, kruiselings gestoken door een doornenkroon, waarboven Christi en waaronder Regnum gelezen wordt, alles gevat in een bladerrand.
In plaats van rijksstaf en lauliertak is er later sprake van een palm- en olijftak.
De keerzijde van het loodje is blanco met mogelijk een jaartal.
D&B 79

Een mooi exemplaar is in Amsterdam gevonden door Earl Specht.
De keerzijde is geklopt met (mogelijk): C(O?)16(5?)

Op de Collectie Online van Amsterdam Museum staat nog het volgende exemplaar

In de collectie van het Amsterdams Historisch Museum en in het Geldmuseum is een enkelzijdig loodje bekend uit de zeventiende eeuw waarop enkel de letter L (van Luther).
Diameter 21 mm, D&B 80.

Het loodje met het gekroonde stadswapen van Amsterdam en een parelrand, met op de keerzijde een letter L is in gebruik geweest bij de Waalse kerk en niet bij de lutheranen.
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 102; Pelsdonk 017. 


Voorzijde: Een gevleugelde arm waarvan de hand op het anker van de hoop aan een behoeftige de hand drukt.
               Boven aan het oog van God. Links het zinnebeeld van de koophandel en onder de beide handen het jaartal 1586, omgeven door een dubbele rand.


Keerzijde: Het gekroonde stadswapen omgeven door een parelrandje.
Diameter:
+/- 16 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 101. Prijslijst A.G. v.d. Dussen januari 1981 nummer 301; Pelsdonk 015, Burzinski 7314.

Als je deel wilde nemen aan het avondmaal moest je van tevoren de voorbereidingsdienst meemaken; daar werd een zogenaamd avondmaalsloodje uitgereikt dat je in de avondmaalsdienst bij het betreden van het doophuis weer moest inleveren (stukje lood met een zegel erop). 
De doop werd vaak bediend na afloop van de zondagse dienst of bij de mensen thuis. Voor mensen in nood was er de diaconie die veel ondersteuning
bood en al spoedig de diverse instellingen had.
Voorzijde : In een geparelde rand het gekroonde stadswapen.
Keerzijde : In een geparelde rand de letter " G " van Gereformeerde, omzoomd door een effen randje.
Diameter : 8 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 106; Pelsdonk 012.
Enkelzijdig loodje met de letters:
 
H
L G

in gebruik geweest bij de Hersteld Lutherse Gemeenschap.
Uit de notulen van de vergadering van directeuren van de Hersteld Lutherse Gemeente van 1 september 1791 blijkt: "Wijders is geresolveerd voor de bediening van het Heilig Avondmaal lootjes te maken met de letters H.L.G."
De eerste avondmaalsviering vond plaats op 25 september 1791.
De kosten voor het maken van de loodjes was ƒ 21,00 voor 1000 loodjes. 
Ze werden gemaakt door loodgieter Rensen. Diameter 27 – 28 mm. D&B 81
In het boek "Gedenkpenningen betreffende Amsterdam" worden nog de volgend loodjes beschreven:
752 z.j. Broodloodje van de Herst. Luthersche Diaconie. Kz. I R. B. vierkant
753 z.j. Avondmaalsloodje der Hersteld Luthersche gemeente. A. I. G.
geen afbeelding In zijn boek "Communion Tokens of the World" beschrijft L.M. Burzinski het volgende communie token:
Voorzijde:
SCHOTSCHE ZENDINGSKIRK AMSTERDAM
                                              II . TIM . II . 19
Keerzijde:                             
I.COR.XI.28
                                       
KIRKWOOD & SON
                                          EDIN SCOTLAND
Ovaal: 28 x 22 mm. wit metaal. vervaardigd in Edinburgh.
(Cr-326) (G.R.W.-201), Rijksmuseum Amsterdam NG
327

 Delft

Voorzijde: het zegel van de gemeente, het Lam Gods met de zegevaan.
Omschrift: "Voor de communicanten van Delft".
Rondom een parelrand.
Keerzijde: "De mensch eproeve hemselve ende also ete hij van desen broede ende drincke van dese kelck". Tekst uit 1 Cor. 11:28.

Lood, 35 mm.
D&B 82

Enkhuizen

 

Voorzijde: zwaan naar links.
Keerzijde: wapen van Enkhuizen, de drie haringen.
Lood, 20 mm.
D&B 83, Pelsdonk 01.07 afbeelding 033.

‘s Gravenhage

 

Voorzijde: Symb: PR: Comm: Ecd: Aug: Confess. Q. E. Hag. Comit. (teken voor het avondmaal in de lutherse gemeente te Den Haag).
Keerzijde: blanco of Christus met de zegevaan en de wereldbol met kruis (= het Haagse lutherse zegel).
Omschrift: Christus salus nostra (Christus is ons heil).
Exemplaar bekend uit 1631. Lood, 27 mm. D&B 84

Enkelzijdig loodje met een negenhoekig stadswapen met de vermelding: H.A. (Heilig Avondmaal).
Lood, 30 mm. D&B 85

Groningen

Van dit avondmaalsloodje is alleen bekend dat er een scheepje op was afgebeeld als verwijzing naar het kerkzegel van Groningen, welke het bootje van de wonderbare visvangst uit Lucas 5:4-6 vertoont.
Nog geen exemplaar van terug gevonden. D&B 86

Haarlem

Vermoedelijk enkelzijdig met het lam met kruisvaan en het omschrift: 
Dat paaselam Christus voor ons geslagt
.
D&B 87

‘s Hertogenbosch

 

Enkelzijdig met het lam met kruisvaan en het omschrift: Agnus Dei 1737.X.
D&B 88

Exemplaar gevonden in 's Hertogenbosch in 2011, diameter 2,6 cm. gewicht 9,39 gram.

Leiden

In 1663 kwamen er in de Leidse lutherse gemeente koperen avondmaalsloodjes in gebruik.
Voorzijde: het beeld van Christus tussen de kandelaren met als randschrift: Ego sum A et O, Primus et Novissmus (ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste).
Keerzijde: Testm. Communic. Eccl. Augustan. Confessionis, Quae Est Lugd. Batavorum 1663 (Bewijs van toegang tot het avondmaal in de kerk der Augsburgse geloofsbelijdenis die in Leiden bestaat, 1663).
Loodje nog niet terug gevonden. D&B 89

 

Voorzijde: kandelaar op een wereldbol.
Het syboliseert Christus die zegt: "Ik ben het licht der wereld".
Keerzijde: zwaan tussen 17 – 01.
Lood, 30 mm, 1701.
D&B 90. 
Van deze penning is ook de gietmal nog bewaard.

Middelburg

 

Enkelzijdig: afbeelding van het gemeentezegel van Vlissingen, een anker met in plaats van een oog een hart, staande in de golven. Tekst: Sigillum. Eccl. Aug: Mittel:B, 1708 (zegel van de kerk toegedaan de Augsburgse Confessie te Middelburg).
In 1731 werd een kleiner exemplaar met dezelfde voorstelling in gebruik genomen.
Lood, 30 mm, 1708 en lood, < 30 mm, 1731
D&B 91

Rotterdam

 

Voorzijde: olijf- en palmtak door een doornenkroon met als omschrift: Regnum Christi  
(Rijk of heerschappij van Christus).
Keerzijde: zwaan tussen 17 – 04. Omschrift: Candore perennis (bestendig door zuiverheid).
Lood, 24 of 27 mm, 1704.
D&B 92
Burzinski
5873

Voorzijde: zwaan tussen 17 – 04. Omschrift: {CANDORE { PERENIS (bestendig door zuiverheid).
Keerzijde: olijf- en palmtak door een doornenkroon met als omschrift:
{ REGNUM { CHRISTI (Rijk of heerschappij van Christus).
Koper !, 27 mm, 1704.
D&B -,
Collectie Historisch Museum Rotterdam 57481
 

Voorzijde: olijf- en palmtak door een doornenkroon met als omschrift: Regnum Christi  
(Rijk of heerschappij van Christus).
Keerzijde: zwaan tussen 17 – 86. Omschrift: Candore perennis (bestendig door zuiverheid).
Lood, 30 mm, 1786.
Ook afslag in zilver bekend.
D&B 93
Burzinski
5875

Schiedam

 

Voorzijde: olijf- en palmtak door een doornenkroon met als omschrift: Regnum Christi
(Rijk of heerschappij van Christus).
Keerzijde: zwaan tussen 17 – 64. Omschrift: Candore perennis (bestendig door zuiverheid).
Loodje heeft (in tegenstelling tot de Rotterdamse exemplaren) een golfrand.
Lood, 32 mm, 1764. Slechts 150 exemplaren geslagen.
D&B 94

Utrecht

 

Gelijk aan de loodjes van Rotterdam met het jaartal 1786.
Voorzijde: olijf- en palmtak door een doornenkroon met als omschrift: Regnum Christi  
(Rijk of heerschappij van Christus).
Keerzijde: zwaan tussen 17 – 86. Omschrift: Candore perennis (bestendig door zuiverheid).
Loodje zou op verzoek van gemeenteleden in 1757 al zijn afgeschaft (Schendelaar), gezien het jaartal is dit niet erg waarschijnlijk. Lood, 31 mm, 1786.D&B 95

Vlissingen

Enkelzijdig loodje met in het midden een zwaan, het Zinnebeeld van de Gemeente.
Tekst: LUTHERSCHE GEMEENTE TE VLISSINGEN
Diameter 35 mm.
Door Marie de Man gevonden op de Oudheidskamer van Vlissingen en beschreven in het JMPK

Enkelzijdig: . {. SIGEL(lum). ECCLE(siæ). {.FLESS(ingensis)
Afbeelding van een pelikaan welke haar twee jongen voert in het midden
Achthoekig, 23 mm, koper.
De Man plaat III no 3, Burzinski 6266, (Cr-5467) (S-Pagina 103), J. Schulman prijslijst 211 # 806
Enkelzijdig: . {.SIGEL . ECCLE . FLESS
Afbeelding van een pelikaan welke haar drie jongen voert waarboven druppeltjes bloed zweven
Rond, 23 mm, lood.
De Man plaat III no 4.
  Enkelzijdig: *SIGIL*ECCLE*FLESS binnen en parelrandje.
Andere afbeelding van een pelikaan welke haar jongen voert in het midden.
Vierkant met afgeknipte hoeken, 25 mm, koper.
M. de Man plaat III no 5, Burzinski 6267, (CR-----)

Zutphen

Hiervoor heeft het Amsterdamse loodje model gestaan:
Volgens beschrijving van Schultz Jacobi bestond de ene zijde uit een rijksstaf en een lauliertak, kruiselings gestoken door een doornenekroon, waarboven Christi en waaronder Regnum gelezen wordt, alles gevat in een bladerrand. In plaats van rijksstaf en lauliertak is er later sprake van een palm- en olijftak.
De keerzijde van het loodje is blanco met mogelijk een jaartal. D&B 96
 
Korte beschrijving m.b.t. deze loodjes:

Voorafgaand aan de viering van het heilig avondmaal behoorden gelovigen in zelfonderzoek tot inkeer en boetedoening te komen, zodat men "waardig" de sacramenten zou kunnen ontvangen.
Deze boetedoening kon geschieden in een pastoraal gesprek met de pastor (particuliere biecht) of door het bijwonen van een voorbereidings- of boetedienst.
Pas als men zich op een van deze wijzen had voorbereid op de viering van de sacramenten, kon men die ook daadwerkelijk ontvangen.
Door de toename van het aantal gemeenteleden in de zeventiende eeuw verloor men (predikant en kerkeraad) het overzicht wie er nu wel of niet "toegang"hadden tot het uitdelen van de sacramenten, brood en wijn.
Om dit probleem op te lossen werd er al vrij snel overgegaan naar een soort toegangsbewijs voor de gelovigen die de voorbereidingen wel hadden meegemaakt een gemerkt loodje te geven welke men op de werkelijke viering, de daarop volgende zondag, kon overhandigen aan het kerkraadslid als bewijs om deel te nemen aan het avondmaal.
Meestal gebeurde dit bij het binnenkomen van het doophuis waar het avondmaal plaats vond.
Deze presentiepenningen of "loodjes" (in Amsterdam was de benaming "nachtmaalsloodje") had vaak aan de voorzijde een voorstelling en aan de keerzijde een jaartal en / of zegel en vaak een zwaan als symbool. De loodjes waren meestal rond, maar er komen ook vierkante, ovale, in koper en zelfs in zilver voor.
Eind 19e eeuw raakte deze merkwaardige tuchtoefening buiten gebruik, al zijn er ook nog aanwijzingen van gebruik in het begin van de 20e eeuw.
In zijn boek "Luther, de lutheranen en de zwaan" vind dhr. J.K. Schendelaar het vreemd dat de loodjes alleen door lutheranen gebruikt zouden zijn, omdat Calvijn er ook over heeft gedacht om ze in te voeren.
Het alleengebruik door de lutheranen is onjuist omdat er ook van andere kerken, bijvoorbeeld de Waalse gemeente, avondmaalsloodjes bekend zijn.
(korte geschiedenis van de Waalse Gemeentes)
De loodjes komen weinig voor omdat ze gemakkelijk waren om te smelten voor b.v. daklood.
Er zijn ongetwijfeld meer avondmaalsloodjes in gebruik geweest als hier beschreven, maar deze zijn nog niet als zodanig herkend of aangetroffen.
De avondmaalsloodjes welke bij de Eglises Wallones in gebruik waren werden "méreaux" genoemd.
Deze méreaux dienden niet alleen als tuchtmiddel, maar ook om katholieken en spionnen van de overheid te kunnen weren uit de diensten in de tijd waarin de Franse hugenoten vervolgd werden.

Gedeeltelijk gebruik gemaakt van gegevens uit:
GESLAGEN VERBEELDING
Lutherse penningen in Nederland.
Harry Donga & Carel van den Berg.
ISBN 9 789087 041755