Leiden


Vergroot de kaart door er op te klikken

Armenpenning van Leiden.

Voorzijde : Het gekroonde stadswapen van Leiden, twee gekruiste sleutels, door twee leeuwen gedragen.
Onderaan een compartiment om het bedelingsnummer in te slaan. Door gladde rand omgeven.
Keerzijde : De ineengestrengelde letters " HS " (Huis Sittenhuis),door een platte rand omgeven.
Diameter : 40 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 312.
Minard geeft de volgende (onjuiste) omschrijving voor de keerzijde:
Een lettermerk van het Christelijk geloof, de ineengestrengelde letters " IHS " (in hoc signo), door een platte rand omgeven.


In 1428 betrekken de Huiszittenmeesters van de Sint-Pancrasparochie het reeds bestaande RK Barbaragasthuis, een gebouwencomplex tussen de Haarlemmerstraat en de Oude Rijn. De Huiszittenmeesters zorgden ervoor dat vanuit het Huis Sittenhuis de huissittende (= thuiswonende) armen bedeeld werden, dit in tegenstelling tot de armen die in het Armenhuis zaten. Zij zorgden in elke parochie voor de thuiswonende (huiszittende) armen.
In het pand slaan zij graan, turf, wol, hout en vlees op en zij bouwden er aan de kant van de Haarlemmerstraat een kapel bij, gewijd aan Sint Barbara.
Elke zondag werd er de aalmoespot gekookt, waaruit de armen gratis een portie konden krijgen. Het huis krijgt zo de bijnaam "De Minnepot".
Ruim een eeuw later fuseren de drie Huiszittenhuizen in Leiden tot één huis, De Minnepot aan de Oude Rijn (1577).
In 1582 ging het Huiszittenhuis samen met de na Leidens ontzet (1574) opgerichte Hervormde Diaconie.
Zo ontstaat er een algemene instelling voor armenzorg, aangesteld door kerk én stadsbestuur.
In de 17e eeuw bouwen zij een eigen Armenbakkerij. Tegen inlevering van de broodpenning die men krijgt na het bijwonen van de kerkdienst in de armenkerk =
de Bethlehemskerk, kan men op de Oude Rijn brood halen. Daarnaast worden vanuit de Goemoerskamer kraampakketten uitgedeeld aan "behoeftige kraamvrouwen".
In 1755, een jaar na het bouwen van de graanpakhuizen bestemd voor de opslag van het graan voor de bakkerij, trekt het stadsbestuur zich terug uit de Armenbakkerij.
Uit de broodregisters blijkt dat er niet alleen gebakken werd voor de Diaconie-armen, maar ook voor de armen van andere kerken, voor weeshuizen en bejaardenhuizen.
Omstreeks 1930 houdt de diaconale Armenbakkerij op te bestaan.
Bron: De Bakkerij Leiden.


Turf- of Armenpenning van Leiden.
    
Voorzijde : Op een vierkant veld in twee afsnijdingen, waarvan in het midden het stadswapen van Leiden,
twee gekruiste sleutels, waarboven " LEYDEN ", en daaronder " IN HOLLAND ".
Keerzijde : In het veld een ruitvormige figuur waarin als lettermerk
de ineengestrengelde letters " HS " (Huis Sittenhuis), 
                   daaronder het jaartal " 1809 ". In een vierkante omlijsting: " GOED VOOR / EEN / TON TURF ".
Zowel voor- als keerzijde omgeven met een plat bandje.
Diameter : 29 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 313; Nahuys plaat X, 70; van Orden -,
Veiling 269 Jacques Schulman 27-09-1979, lot 2615; Veiling 21 Karel de Geus lot nr. 1772.
Prijslijst A.G. v.d. Dussen januari 1981 nummer 320;
veiling Rietdijk 369 nummer 1304 (+ afb.).
                   
MPO veiling 19-05-2011 kavel 5933 (afgebeelde exemplaar) colPLE01.
Minard geeft de volgende (onjuiste) omschrijving voor de keerzijde:
In het veld een ruitvormige figuur waarin een lettermerk van het Christelijk geloof, de ineengestrengelde letters " IHS " (in hoc signo), daaronder het jaartal " 1809 ".
Zie voor een korte geschiedenis van het
Huis Sittenhuis de bovenstaande tekst


Broodpenning van de Armenkerk aan de Lammermarkt

Voorzijde : Meestal de letter B , maar deze loodjes komen ook voor met de letters A , C en D .
                    Hieronder het jaartal 1777. Waar de letters voor staan is niet bekend, vermoedelijk voor de wijk waarin de arme woonde.

Keerzijde : De ineengestrengelde letters " HS " (Huis Sittenhuis),door een dubbele rand omgeven.

Na het bijwonen van de kerkdienst in de Bethlehemkerk (Armenkerk) aan de Lammermarkt kregen de armen van Leiden van de Diaconie deze broodpenning. Daarmee konden zij brood halen in de Armenbakkerij aan de Oud Rijn.
 
Veiling 55 Coin Investment lot nr. 172.
Zie voor een korte geschiedenis van het Huis Sittenhuis de bovenstaande tekst
In april 2002 overhandigden Rinny Kooi en Henriëtte van den Broek namens de Gezamenlijke Diaconieën een Broodpenning aan het
Rijksmuseum Koninklijk Penningkabinet. Bouke van der Veen nam de penning in ontvangst en schreef
deze toelichting bij de penning.


Onderstandspenning van de Waalse Gemeente te Leiden.

Voorzijde : In een vaart een trekschuit met toebehoren, bovenaan een stralende zon, onderaan op de
kant van de wal " 1758 ", door een gepareld randje omsloten.
Keerzijde : Twee gekruiste sleutels met ter weerszijden " P - W ".
Met deze penning konden de arme leden van de gemeente dienst doen op de, op verschillende plaatsen
varende, schuiten welke de Waalse Gemeente bezat.
Diameter : 33 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 317.


Onderstandspenning van de Waalse Gemeente te Leiden.
 
Voorzijde : Toevluchtshuis voor de behoeftigen van deze Gemeente. Onder deze afbeelding het jaartal " 1758 ".
Het geheel omgeven door een parelrandje.
Keerzijde : Twee gekruiste sleutels met ter weerszijden " P - W ",
met aan de bovenzijde het nummer van de bedeelde " 97 ".
Tegen afgifte van deze penning konden de arme leden van de gemeente onderdak krijgen.
Diameter : 33 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 318; Dirks Rep. III, 1326.
- Prijslijst A.G. v.d. Dussen januari 1981 nummer 320.
- Exemplaar uit de prijslijst van Schulman B,V.02-2011:
 
Gekruiste sleutels met de letters P W. 
Kz. Het toevluchtshuis met in de afsnede het jaartal 1758. 
Tin 34.5 mm. 



Loodje van de Waalse Diaconie te Leiden

Collectie Museum de Lakenhal, inv.nr. 790.1
Diameter 3 cm; 14,1 gram.
In de collectie van het museum bevind zich ook nog een afgietsel van gips, inv.nr 790.2


Koperen Stadsoord of Noodmunt van het "Sinte Catherina Gasthuis" te Leiden.
 
Voorzijde :
 In het midden van het veld het wapen van de stad waarboven het jaartal " 1753 " en rondom tussen een effen en
                    gekarteld randje het omschrift " +GEDENCT DEN ARMEN stadswapen".

Keerzijde:   In het veld een gekroond rad, rondom bezet met zes zeisen, het wapen van Sint Catharina.
Deze noodmunt is geslagen tijdens het beleg door de Spanjaarden onder Valdez en was gangbaar voor het bedrag van vier penningen of 1/4 stuiver. Volgens de resolutie van de Staten van 21 februari 1575 kreeg het Gasthuis de inkomsten van het Sinte Agnete-Klooster om de pestzieken die door gebrek ontstonden, te kunnen onderhouden.
Diameter : 22 mm
Referentie: L. Minard van Hoorebeke nr. 319, PW blz. 206, Van Gelder 50A.
NMB prijslijst 40 december 1989 nr 298
Veiling 58 Coin Investment lot nr. 149 variant met jaartal in spiegelschrift 3751.
Nederlandse Postzegel en Muntenveiling 3 december 2011 kavel 36 (ook jaartal in spiegelschrift, Cnm.2.32.7)




Avondmaalspenning Lutherse Gemeente
In 1663 kwamen er in de Leidse lutherse gemeente koperen avondmaalsloodjes in gebruik.
Voorzijde: het beeld van Christus tussen de kandelaren met als randschrift: Ego sum A et O, Primus et Novissmus  
(ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste).
Keerzijde: Testm. Communic. Eccl. Augustan. Confessionis, Quae Est Lugd. Batavorum 1663  
(Bewijs van toegang tot het avondmaal in de kerk der Augsburgse geloofsbelijdenis die in Leiden bestaat, 1663).
Loodje nog niet terug gevonden. D&B 89



Avondmaalspenning Lutherse Gemeente

Voorzijde: kandelaar op een wereldbol.
Het syboliseert Christus die zegt: "Ik ben het licht der wereld".
Keerzijde: zwaan tussen 17 – 01.
Lood, 30 mm, 1701.
D&B 90. 
Van deze penning is ook de gietmal nog bewaard.



Armenpenningen van Leiden

Gevonden bij Koudekerk aan de Rijn / Rijnwoude.
Dit vierkante loodje is de voorloper van onderstaande loodjes.
Betekenis Gotische letter "
C " onbekend.
Afmeting 22 x 23 mm.
colPLE02, Numis 1037167

Letter " ", Numis 1056678
Gevonden op het strand van Noordwijk.
Betekenis Gotische letter "
r " onbekend.
Ø 25 mm. 
colPLE03, Numis 1037168
Afbeeldingen uit "Dwars door de stad, Archeologische en bouwhistorische ontdekkingen in Leiden".
Pagina 72, afb. 93: Voor- en keerzijde van twee armenloodjes. 
Armenloodjes werden in de 18e eeuw verstrekt door liefdadigheidsinstellingen. 
Armen konden tegen inlevering van deze loodjes bepaalde goederen krijgen. 
De B staat voor Brood.
Ø 25 mm, grotere afbeelding op Bodemvondstenwereld.nl .
De B staat voor Brood.
Afbeeldingen uit "Dwars door de stad, Archeologische en bouwhistorische ontdekkingen in Leiden".
Pagina 72, afb. 93: Voor- en keerzijde van twee armenloodjes.
Armenloodjes werden in de 18e eeuw verstrekt door liefdadigheidsinstellingen. 
Armen konden tegen inlevering van deze loodjes bepaalde goederen krijgen.
De D staat voor Deken.
Gevonden door Robbert-Jan Boon op een weiland bij Leiden.
Ø 24 mm, 5,2 gram.
Ø 24 mm, grotere afbeelding op Muntenbodemvondsten
Opmerkelijk dat deze penning een cijfer i.p.v. een letter draagt.
De "2" staat tussen punten.
  Ø 17 mm, letter D met punt er in, Numis 1037659
  Ø 18 mm. 
Ø 18 mm, grotere afbeelding op Bodemvondstenwereld.nl
Ø 17 mm; 4,27 gram, Numis 1114116
  Ø 17 mm, grotere afbeelding op Bodemvondstenwereld.nl
Ø 17 mm; 2,72 gram, Numis 1114115
  Ø 18 mm, grotere afbeelding op Muntenbodemvondsten.nl 
 
colPLE04.
  Letter "A", gevonden te Leiderdorp,Numis 1060231
Ø 19 mm; 4,8 gram
 
colPLE08
Ø 18 mm; 4,4,gram
 
colPLE09
 Letter "E"
 
colPLE05



Armenpenning van Leiden?

Voorzijde: gekroond wapen met sleutels, versie of letters in het veld.
Keerzijde: dubbelkoppige adelaar in achthoek.
Ø 23 x 28 mm. Gevonden in Koudekerke a/d Rijn - Rijnwoude, colPLE07.
Pelsdonk 01.15, afbeelding 051. Volgens Numis Pelsdonk P06; Pelsdonk P10n7 (?)



Vroonloden van Leiden

Op de voorzijde staat het Leidse wapen tussen twee staande leeuwen met opschrift: ". STADS VROONWATEREN ."
Op de keerzijde staat “VLOUWERS” met ingeslagen cijfer "VIII", diameter 38mm.
De penning is een vergunning om in de “Vroonwateren” van Leiden met schakelnetten te mogen vissen.
Het ingeslagen cijfer VIII betreft waarschijnlijk de eigenaar. 
(Een schakelnet is een net met drie lagen dat verticaal in het water wordt uitgezet. De mazen van de binnenlaag zijn fijner dan de buitenlagen.)
Bron: Bodemvondstenwereld


Vroonlood voor het vissen met vlouwers. 
Op de achterzijden staat “VLOUWERS”. O
p deze achterzijde is het cijfer "VIII" ingeslagen,
diameter 38mm.
Cijfer
XXX / XXI
 colPLE06
(Een vlouwer is een dwars op de rivier geplaatst staande net.)

Bron: Bodemvondstenwereld

In het Stedelijk museum De Lakenhal te Leiden bevinden zich diverse loodjes en aanverwante voorwerpen
welke met de visserij op de vroonwateren te maken hebben. Onderstaand volgt een inventarisatie van deze voorwerpen.

Inv.  nr.

Omschrijving voorwerp:

591

voor personen, die vergunning hadden in de Vroonwateren te vissen. Met het wapen van Leiden gehouden door twee
leeuwen en het omschrift " STADS-VROONWATEREN ". Afkomstig van de stadswerf.

592

Loodje Stadsvroonwateren, 1862, peervormig 63 x 38 mm

593

Loodje Stadsvroonwateren, 1862, vierkant 39 x 40 mm. Kz. " 79 ".

594

? Loodje Stadsvroonwateren / zegenaars. Extensie: A-D.

595

IJzeren nijptang om loden penningen te slaan voor de opzichters van de vroonwateren. Aan de ene zijde het wapen van
Leiden; aan de andere zijde het tweeregelig inschrift:" O.D.B.E.V. / D.W.T.L. ".

596A

Visserijloodje voor vroonwateren geslagen op stempel 595, ø 40 mm.

596B

Visserijloodje voor vroonwateren geslagen op stempel 595, ø 40 mm.

597A

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1862, 60 x 39 mm 

597B

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1862, 65 x 39 mm

597C

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1862, 45 x 42 mm 

597D

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 38 x 38 mm

597E

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 40 x 40 mm 

597F

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 39 x 38 mm

597G

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 38 x 38 mm 

597H

Loodje met wapen Leiden en Stads Vroonwateren, 1861, 39 x 39 mm

598

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen met schakels. Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591 (het wapen van Leiden gehouden door 
twee leeuwen; omschrift " STADS-VROONWATEREN ". Diameter 37 mm. Keerzijde het opschrift: " SCHAKE / LAARS ".

599

Er zouden in de collectie van het museum twee exemplaren aanwezig moeten zijn.
In 1992 is er slechts één exemplaar aangetroffen.

599C

Lot nummer 1691 uit L. Schulman veiling 21, ingeslagen nummer XII

600

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen met dobberaars. Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591, het wapen van Leiden gehouden door
twee leeuwen; omschrift " STADS-VROONWATEREN ". Diameter 37 mm.  Keerzijde het opschrift: " DOBB / RAARS ".

601A-H

Er zijn acht exemplaren in de museum collectie aanwezig.

602

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen met vlouwers. Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591,
het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen; omschrift " STADS-VROONWATEREN ".
Diameter 37 mm. Keerzijde het opschrift: " VLOUWERS ".

603 A-H

Er zijn zes exemplaren in de museum collectie aanwezig.

604

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen. Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591 (het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen
en het omschrift " STADS - VROONWATEREN ". Diameter 37 mm. Keerzijde het opschrift: " ZEGENAARS ".

605A-BB

Er zijn 28 exemplaren in de museum collectie aanwezig.

606

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen met fuiken. Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591 (het wapen van Leiden gehouden door
twee leeuwen en het omschrift " STADS-VROONWATEREN ". Diameter37 mm. Keerzijde het opschrift: " FUIKERS ".

607 A-D

Er zijn vier exemplaren in de museum collectie aanwezig.

608

IJzeren stempel gediend hebbende tot het slaan van loden penningen voor personen, die vergunning hadden om in de Vroonwateren te vissen. Als voorzijde gebruikte men stempel nr. 591 (het wapen van Leiden gehouden door twee leeuwen
en het omschrift " STADS - VROONWATEREN ". Diameter 36 mm. Keerzijde het opschrift: " PLEMPERS XXXX III ".

609 A+B

Er zijn 2 (beschadigde) exemplaren in de museum collectie aanwezig met een diameter van 38 en 39 mm.

610

Geelkoperen bus met deksel en hangslot welke gediend heeft voor het inzamelen van de bijdragen voor de vergunning
tot vissen in de Vroonwateren.

611

Linnen zak met schuif, waardoor een band geregen is, gebruikt voor visloodjes.
Aan weerszijden het opschrift: " CORN. VAN VREEDE. ".

612

Vier linnen zakjes gebruikt voor visloodjes.

612a

Op de ene zijde 600/AB, op de keerzijde: " A.P.J. Drabbe "

612b

Als voren met het merk: " HWZ ".

612c

Als voren met het opschrift: " DOBBER ".

612d

Als voren met het opschrift: " ZEGENS ".

613 A+B

Diameter 40 mm.

614 A+B

Ronde koperen penning waarin gegraveerd Z.P. (Zijlpoort). Deze penningen werden gedragen door agenten belast met
het toezicht op de visserij in de stadssingels.
Diameter 40 mm.

615 A-D

Ronde koperen penning waarin gegraveerd H.W. (Hogewoerdspoort). Deze penningen werden gedragen door agenten
belast met het toezicht op de visserij in de stadssingels.
Diameter 40 mm.

616 A

Ronde koperen penning waarin gegraveerd W P (Witte poort). Deze penning werd gedragen door agenten belast met
het toezicht op de visserij in de stadssingels.
Diameter 40 mm.

617 A

Diameter 40 mm.



Vroonlood

Loodje met drie ineengestrengelde vissen (1433 - 1852). Dit was een soort visakte.
Vissers in de buurt van Haarlem moesten rechten betalen aan de graaf van Leiden om te mogen vissen.
De loodjes werden vaak op de boot gespijkerd.
Referentie: Zuiderzeemuseum cat. nr. 22295.
Wat "oude" informatie over Vroonloden uit Westerheem 1966 en 1967.



Ook van de stad Leiden komen loodjes voor waarvan de ware betekenis tot op heden nog niet bekend is.
Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat dit armengeld is omdat Leiden al een andere vorm van armengeld kende en er geen waarde o.i.d.
op de loodjes staat.
Waarschijnlijker lijkt mij dat dit een vorm van “bakengeld” is voor de bebakening in en rond het “Cager Meer”.
Het wapen van Leiden is afgebeeld op een éénzijdig, rechthoekig geknipt loodje met soms afgeschuinde hoeken.
Daaronder is een jaartal ingeslagen.

Type HL
 

Eénzijdig: wapen van de stad Leiden waaronder het jaartal

Jaar Ø  mm Bijzonderheden
176(6) 19 x 21 collectie AK
1769   Detector Magazine 81
1774 18 x 26 gevonden te Gorredijk, collectie AK
1780 16 x 25 gevonden Noord-Friesland, collectie AK
1781   NPM veiling mei 2006 lot 1622
1783 19 x 23 gevonden Noord-Friesland, collectie AK
1786 21 x 25 collectie NISA (NB6-M10)
1786   in collectie L. Kooistra's bodemvondsten museum
1786   NPM veiling mei 2006 lot 1622
1790 21 x 27 collectie NISA (OL79-M482)
1812 25 x 18 gevonden te Heeg (Fr.), collectie Richard Bruinsma

 

Onderstaande loodjes zijn gevonden in Leiden maar (nog) niet aan Leiden toe te schrijven:

Enkelzijdige loden penning van 21,4 mm met als opschrift "1544/CERARI/S.CESA/RIS+" (met retrograde s'en).
Schulman veiling 338, lot nr. 1524

Loden penning van 23 mm met de teksten:
Vz:
" +++/GODT+LA/TET+WEL+/AEN+/+5(9)+ "
Kz: " +OP/DIE+PAE/IS+IST+GH/EDAEN/+++ "
Schulman veiling 338, lot nr. 1525

 


Andere Leidse armenpenningen van de site www.duiten.nl:

De omgeving van het huidige Leiden is al in de Romeinse tijd bewoond geweest. Aan de kust ter hoogte van Leiden heeft het Romeinse fort de "Brittenburg" gelegen en ook de naam Lugdunum Batavorum komt al vroeg voor. Batavorum werd aan Lugdunum toegevoegd om het te onderscheiden van Lugdunum (Lyon) in Frankrijk. Het huidige Leiden is ontstaan uit een drietal gehuchten waarbij de graven van Holland in de 11e eeuw een burcht bouwden, gevolgd
door de Pieterskerk (1121). De kerk werd door de Utrechtse bisschop Godewald gewijd aan Sint Petrus. Zijn sleutels werden in het stadswapen
opgenomen (vandaar de naam "sleutelstad"). Leiden kreeg volledige stadsrechten in 1266 van graaf Floris V. De stad is mogelijk één van de oudste muntplaatsen van de graven van Holland. De penningen met de tekst LEITHERICBURGH worden toegeschreven aan Floris I (1049-1061) met als
mogelijke muntplaats Leiden1.

In 1572 koos Leiden de zijde der opstandelingen tegen Spanje, waarna 2 maal een belegering volgde. Op 3 oktober 1574 werd Leiden definitief ontzet door de watergeus Louis de Boisot. Dit feit wordt nog jaarlijks gevierd met hutspot en haring met wittebrood. Binnen de stad Leiden was het Sinte Catharina gasthuis gevestigd. Het was van doorgangshuis voor arme vreemdelingen, bedelmonniken enz. een verpleeghuis voor de zieke armen van de stad Leiden geworden. Aan het gasthuis waren een kerk, pesthuis en "dolhuis" vastgebouwd. Het gasthuis werd bestuurd door vijf "gasthuis meesteren" die men "buyte-vaders" en "moeders" noemde. Zij werden jaarlijks gekozen door de magistraat van Leiden.

In de stad was ook een Sinte Elisabeths gasthuis waar het leprozenhuis en het weeshuis aan verbonden waren. Er zijn periodes geweest dat er wel tot 700!! wezen in het weeshuis aanwezig waren. Vanwege de slechte situatie in de beginjaren van de opstand, een uitbreiding van het gasthuis en het grote aantal
zieke en verminkte militairen dat moest worden opgevangen liepen de financiën dramatisch terug. Om aan inkomsten te komen werd er bij de Staten van Holland een verzoek ingediend om koperen munten te mogen slaan. Op 17 augustus 1573 kreeg het stadsbestuur van Leiden toestemming om koperen oorden te slaan ten behoeve van het Sinte Catharina gasthuis (LEI.1).
Deze oorden mochten gemaakt worden tot een bedrag van 1000 gulden.
Als inderdaad het volle bedrag is aangemunt dan is het aanzienlijke aantal van ca. 80.000 stuks geslagen. De afspraak was dat de oorden alleen binnen
Leiden zouden circuleren. Zij werden echter veelvuldig vervalst en ook buiten de stad Leiden in het geldverkeer aangetroffen. Dit zorgde ervoor dat zij in 1576 werden ingetrokken. Te Leiden zijn gedurende het beleg door de Spanjaarden ook verschillende noodmunten geslagen. De meest opvallende daarvan zijn de papieren noodmunten van 28 en 14 stuivers. Deze werden in december 1573 vervaardigd. Ook is er rond maart 1574 een koperen noodmunt van een groot oftewel een halve stuiver geslagen (LEI.2).

Zoals hiervoor al genoemd werden de stadsoorden van Leiden veelvuldig vervalst. Voor het vervalsen van de oorden is de valsemunter Gillis Baerntsz. terechtgesteld. Hij bleek ook in Amsterdam al meegeholpen te hebben aan valsemunterij. De stad Leiden had al eerder met valsemunterij te maken gehad.
 De Leidse noodmunten uit de tijd van het Spaanse beleg werden al spoedig na hun verschijnen nagemaakt. De vervalsers zijn in dit geval echter nooit
gepakt. In 1590 was er weer een proces vanwege valsemunterij te Leiden. Jannetjen Hendricxdr. werd veroordeelt wegens het verspreiden van valse munten die door haar man Jan Fredericx alias Jan Feyckenz. waren gemaakt. Deze was enige tijd daarvoor te den Haag wegens valsemunterij veroordeeld en verbrand op de brandstapel.

Het wapen van Leiden

Het wapen van Leiden bestaat uit 2 gekruiste sleutels van keel (rood) op een zilveren veld. Deze sleutels zijn het symbool van de beschermheilige van de
stad Sint Petrus. Uit 1364 is een stadszegel bekend waarop hij staat afgebeeld met een sleutel en een kerkgebouw in zijn rechterhand met daar omheen zeven zittende figuren. Oudere zegels van Leiden vertonen echter alleen een zittende Sint Petrus zonder sleutels. Verder bestaat ook een zegel met slechts één sleutel.

In het manuscript van heraut Gelre (1414) wordt melding gemaakt van het wapen van Dirk III van Wassenaar, burggraaf van Leiden. Zijn wapen vertoont een gevierendeeld schild met de kwartieren I en IV in keel (rood) drie wassenaars van goud (Wassenaar) en in de kwartieren II en III in azuur een dwarsbalk van goud. Dit laatste wapen wordt beschreven als zijnde het wapen van Leiden2. Of deze informatie correct is en of dit wapen ooit als stadswapen is gebruikt is mij niet bekend.


LEI.1: oord.
(v.Gelder 50a - Maillet 71.1 - PW 1)

VOORZIJDE:
Een wapenschild met hierin het wapen van de stad Leiden, twee gekruiste sleutels. Boven het wapen staat het jaartal 1573.

TEKST:
. + . GEDENCT + DEN + ARMEN (of variant).

KEERZIJDE:
Gekroond rad waar zes vilmessen aan de rand zijn bevestigd. In het centrum van het rad is een tot een kruis gestileerd zwaard geplaatst.
Het rad was het wapen van het Catharina gasthuis en samen met het zwaard behoort het tot de attributen van de heilige Catharina.

Muntmeester, (mij) niet bekend.

   
1573 S

Bekende afslagen etc.

    1573 (zilver) R4


Voorkomende voorzijde varianten:

VZ: A: .+. GEDENCT + DEN + ARMEN
    B: + GEDENCT DEN ARMEN
    C: + GEDENCT x DEN x ARMEN

    1:
Correct jaartal
    2:
Cijfers v/h jaartal in verkeerde volgorde.


KZ: I :
Grote open kroon boven het rad.
    II:
Kleine gesloten kroon boven het rad.

 

Info:

Variant A1I (1573), afbeelding VCLS 23 nr.341.
Variant A1II (1573), particuliere collectie.

Variant A1I (1573 zilver), afbeelding jubileumnummer 400e bijeenkomst van de Amsterdamse Kring 17-10-1994 blz. 56.

Variant B1II (1573), particuliere collectie.
Variant C2II (1573), particuliere collectie.

1573 VCLS 23 nr.341
1573 (zilver)
jubileumnummer 400e bijeenkomst van de Amsterdamse Kring 17-10-1994 blz. 56.

Wettelijk voorschrift: toestemming van de Staten van Holland van 17 augustus 1573.

Dit type stadsoord is mogelijk in een oplage van ca. 80.000 stuks geslagen maar is ook veelvuldig vervalst. Mede daarom werden zij in 1576 ingetrokken.
De aanmunting van dit oordje werd reeds goedgekeurd op 17 augustus 1573. Dit is nog voor het beleg van Leiden door de Spanjaarden
.
Dit muntje behoort dan ook niet tot de nooduitgiften die voortkwamen uit het beleg.